Personenbeveiliging
GANGGEBONDEN SYSTEEM VOOR PERSONENBEVEILIGINGElke toegang tot een smalle gang wordt met een eigen lichtgordijn van fotocellen op 400 mm en 900 mm uitgerust. Met behulp van bijkomende sensoren worden voertuigen bij de in- of uitrit herkend. Bij een onbevoegde doorgang zet deze barrière een optisch en akoestisch alarm in werking. In tegenstelling tot DIN 15185-2, die een waarschuwingsinstallatie toelaat, moet overeenkomstig bedrijfsveiligheidvoorschriften en VBG 5 de beweging van het transportvoertuig dat een gevaar veroorzaakt worden gestopt, aangezien door het lichtgordijn niet automatisch wordt verhinderd (er is geen afscheidende beveiliging) dat personen de smalle gang betreden. Voor het automatisch en onmiddellijk tot stilstand brengen van de truck bij alarm, zorgt de besturingstechniek, die draadloos via een radio- of infraroodsignaal de vereiste informatie van van de stationaire gangbeveiliging ontvangt. Omschakeling van voertuiggestuurd op handbediend orderverzamelen in de gang is automatisch of via een schakelaar op de actieve zuil van de fotocellen te verwezenlijken. 
VOERTUIGGEKOPPELD PERSONENBESCHERMINGSSYSTEEMEen aan het voertuig gekoppeld personenbeschermingssysteem werkt via driedimensionale detectie van een relatief t.o.v. de sensor bewegende warmtebron met een persoonsspecifieke stralingskarakteristiek. Primair worden alléén personen herkend. Goederen en stilstaande hindernissen worden genegeerd. In de regel worden op de voertuigen twee apparaten geïnstalleerd (zie afbeelding), één voor de ruimte vóór het voertuig en één voor de ruimte erachter.

|