Ongeveer de helft van alle productiehallen lag in puin en STILL moest het hoofd boven water houden met de reparatie van elektromotoren en transformatoren. Reeds in juli 1945 startte de ontwikkeling van nieuwe producten. Een tweehoofdige constructiegroep 'voertuigen' werd in het leven geroepen, en reeds in de daarop volgende jaren presenteerde de groep de serie 'Elektrokarren EK 2000'. Deze elektrisch aangedreven transportvoertuigen met 2 ton draagvermogen luidde een definitieve verschuiving van het productiezwaartepunt in. Vanaf dat moment werd er, met de bouw van intern transportmiddelen, meer en meer op mobiliteit ingezet (de bouw van elektrische generatoren werd in het jaar 1969 geheel gestaakt).
Bij de serie EK 2000 werden geheel nieuwe ideeën ingezet. Innovaties zoals de nieuwe, individueel geveerde wielen, de besturing met 'knuppels' werden in 1948 en 1952 gepatenteerd. De EK 2000 werd in 1947 besteld door een belangrijke klant: de Duitse spoorwegen.
Met verdere innovaties won de onderneming toenemend aan dynamiek: een driewiel trekker werd ontwikkeld, de zogeheten 'Muli-Mobil' (1948). Goed een jaar later kon de productie van de 100ste Muli-Mobils gevierd worden. In hetzelfde jaar (1949) volgende wederom een vernieuwing: STILL's eerste heftruck zag het levenslicht: de EGS 1000.
STILL maakte daarbij niet alleen haar producten, maar ook haar service mobiel. Aan het eind van de jaren veertig begon STILL met de inzet van eigen servicebussen. De eerste, een VW bus, werd in 1947 aangeschaft. Intussen is de servicevloot gegroeid tot meer dan 1000 voertuigen wereldwijd.